
Omgevingsprogramma Warmte
In 2021 is het eerste Energietransitieplan voor Pijnacker-Nootdorp opgesteld, met daarin een visie op de wijze waarop onze gemeente klimaatneutraal kan worden in 2050.
Nu is er een nieuwe wet in de maak: de Wet Gemeentelijk Instrumentarium Warmte (Wgiw). Deze wet geeft gemeenten een regierol in de warmtetransitie en eist dat Gemeenten voor eind 2026 een Omgevingsprogramma opstellen.
In het verlengde van het Energietransitieplan 2025 schrijven we een Omgevingsprogramma Warmte.
Fases
Uitkomsten vragenlijst inwoners
Hieronder vindt u de resultaten van de vragenlijst die in het najaar van 2025 is voorgelegd.
Twee zaken zijn belangrijk bij het lezen van de resultaten: zoals u ziet is deze met name gevonden door woningbezitters, en minder door huurders. Verder is de wijk 'Klapwijk' beter vertegenwoordigd dan de andere wijken; het thema 'aardgasvrij' leeft hier meer, omdat Klapwijk een PAW-wijk was (proeftuin Aardgasvrije Wijken). Zij lopen als het ware voorop in deze ontwikkelingen en beschikken over wensen, zorgen en suggesties mede gebaseerd op hun eigen ervaringen.
We moeten dus met name voorzichtig zijn met het trekken van conclusies over de energietransitie zoals deze beleefd wordt door huurders.
Faserapport
Voeg wat tekst over de fase toe
Uw betrokkenheid
Dorp
In welke wijk woont u?
Leeftijd
Huurder/eigenaar
Woningtype
Respondenten benoemen vooral het woningtype waarin zij wonen, zoals '2 onder 1 kap'. Er zijn verder geen aanvullende opmerkingen of trends zichtbaar in deze reactie.
Bouwjaar
Uw warmteoplossing nu
Op de hoogte
Maatregelen richting aardgasvrij
Veel respondenten hebben al stappen gezet richting aardgasvrij wonen, met name door het installeren van zonnepanelen en het gebruik van thuisbatterijen of thuisaccu’s. Warmtepompen (zowel volledig elektrisch als hybride) worden ook regelmatig genoemd als maatregel. Daarnaast zijn er diverse andere maatregelen genoemd, zoals elektrisch koken, het verbeteren van isolatie en ventilatie, en het aansluiten op een (aard)warmtenet.
Enkele respondenten noemen specifieke oplossingen zoals IR-panelen met een boiler voor warm tapwater kunststof kozijnen met luchtgaten en het gebruik van airco als verwarmingsoplossing.
Opvallend is dat veel deelnemers al meerdere maatregelen combineren om hun woning aardgasvrij(er) te maken. De inzet op eigen energieopslag (thuisaccu/batterij) en zonnepanelen springt het meest in het oog.
Opwek van zonne-energie en warmte
Veel respondenten uiten zorgen over de huidige focus op zonne-energie, vooral vanwege stijgende terugleverkosten en het feit dat het elektriciteitsnetwerk niet voldoende capaciteit heeft om meer opwekking aan te kunnen. Er wordt gepleit voor eerst het versterken van het netwerk en het realiseren van opslagmogelijkheden zoals buurtbatterijen, voordat er verder geïnvesteerd wordt in extra zonne-energie.
Daarnaast is er kritiek op alternatieven voor gasgestookte cv-ketels; meerdere respondenten vinden deze alternatieven (zoals warmtepompen) veel duurder en geven aan dat gas nog steeds een voorkeur heeft.
Verder worden andere vormen van duurzame energie genoemd, zoals windenergie (met de kanttekening dat locatiekeuze belangrijk is) en warmte uit de bodem. Ook wordt het idee geopperd om zonnepanelen op parkeerplaatsen te plaatsen.
Samengevat: de meeste zorgen gaan over de betaalbaarheid van alternatieven voor gas, de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk en de financiële nadelen voor mensen die al geïnvesteerd hebben in zonnepanelen. Respondenten vragen om eerst de infrastructuur te verbeteren en opslag te regelen, voordat er verder wordt uitgebreid met duurzame opwekking.
Opwek - uw toelichting
Betaalbaarheid en toegankelijkheid van oplossingen worden vaak genoemd als belangrijk aandachtspunt. Respondenten benadrukken dat energieopwekking niet ten koste mag gaan van het uitzicht of de leefomgeving en pleiten voor meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door zonneweides met verticale panelen te combineren met landbouw, natuur of recreatie.
Er is veel aandacht voor het benutten van bestaande infrastructuur, zoals platte daken en parkeerplaatsen voor zonnepanelen. Ook wordt genoemd dat zonnepanelen op kassen een kans bieden. Het combineren van verschillende energiebronnen wordt als wenselijk gezien, mede vanwege de beperkte mogelijkheden bij appartementen.
Er zijn zorgen over warmtenetten: deze zouden de keuzevrijheid beperken en mogelijk leiden tot hogere kosten en extra vervuiling. Ook wordt gewezen op het belang van goede regelgeving om monopolieposities te voorkomen.
Het gebruik van restwarmte uit de industrie wordt als kansrijk gezien, mits er koppelingen mogelijk zijn zoals met WarmtelinQ. Geothermie wordt al toegepast, maar er is twijfel of verdere gemeentelijke inzet nodig is.
Enkele respondenten pleiten voor decentrale oplossingen, zoals warmte en koelte uit de bodem per huis of straat en benadrukken het belang van maatwerk en hoog rendement. Er is ook een kritische noot over de rol van de gemeente: sommigen vinden dat de gemeente zich op kerntaken moet richten en zich niet met energieopwekking moet bemoeien.
Tot slot wordt genoemd dat zonne-energie relatief eenvoudig toe te passen is, maar dat er aandacht moet zijn voor oriëntatie (niet alleen op het zuiden) en dat energie uit onuitputtelijke bronnen belangrijk is.
Opslag van energie
Opslag - uw toelichting
Respondenten geven aan dat energieopslag een belangrijk en complex vraagstuk is, waarbij meerdere oplossingen en technologieën naast elkaar nodig zijn. Veel genoemd wordt het belang van alternatieven voor warmteopslag en distributie, zoals warmtenetten warmwaterboilers en warmteopslag in de grond. Ook wordt benadrukt dat batterijen vooral geschikt zijn voor kortdurende opslag en piekbelasting, maar niet voldoende zijn voor langdurige opslag, bijvoorbeeld van zomer naar winter[d755d497-7580-4a3a-96ce-8b7ad4a36b31].
Waterstof wordt regelmatig genoemd als mogelijke oplossing voor langdurige opslag, ondanks zorgen over efficiëntie en transformatieverliezen[255d93be-0838-428a-ac7d-1db3490b5afb]. Er wordt gewezen op bestaande infrastructuur zoals gasleidingen die hiervoor gebruikt kunnen worden.
Daarnaast zijn er suggesties voor innovatieve opslagmethoden zoals kinetische, chemische, zwaartekracht- of natuurlijke batterijen en het inzetten van elektrische auto’s als opslag. Ook wordt het gebruik van batterijen in kassen genoemd.
Enkele respondenten benadrukken het belang van een gebiedsgerichte aanpak en energy-hubs om te voorkomen dat oplossingen zich opstapelen zonder samenhang. Er zijn zorgen over brandveiligheid bij opslag en over de inzet van overheidsgeld. Tot slot wordt genoemd dat minder energieverbruik ook kan bijdragen aan het verminderen van de opslagbehoefte.
Uw situatie
Respondenten uitten veel zorgen over de impact van windmolens en zonneparken op het landschap, natuur en leefomgeving. Er werd vaak gepleit voor meer aandacht voor het behoud van groen en biodiversiteit, en voor het beperken van overlast voor omwonenden [e.g.. Meerdere deelnemers gaven aan dat participatie en transparantie in besluitvorming beter moeten, met duidelijke communicatie richting inwoners en meer inspraakmogelijkheden.
Er is veel steun voor het stimuleren van energiebesparing en kleinschalige, lokale initiatieven zoals zonnepanelen op daken, isolatie van woningen en buurtprojecten. Respondenten benadrukken dat grootschalige projecten minder draagvlak hebben als bewoners niet goed worden meegenomen in het proces. Ook werd gewezen op het belang van eerlijke verdeling van lusten en lasten, en het voorkomen van energiearmoede.
Sommigen uitten zorgen over de haalbaarheid van de energietransitie, de betaalbaarheid voor burgers en de snelheid waarmee veranderingen worden doorgevoerd. Er werd regelmatig gevraagd om meer innovatie, bijvoorbeeld in opslag van energie of alternatieve technieken zoals waterstof.
Tot slot werd in enkele reacties gewezen op het belang van goede infrastructuur, zoals netcapaciteit, en het voorkomen van overbelasting van het elektriciteitsnet.
Vind u dat we in onze gemeente buurt- of erfwindmolens opnieuw in overweging moeten nemen?
Respondenten zijn vrijwel unaniem negatief over het opnieuw overwegen van buurt- of erfwindmolens in de gemeente. De meest genoemde bezwaren zijn geluidsoverlast en hinder door slagschaduw. Ook horizonvervuiling wordt vaak genoemd als bezwaar. Daarnaast maken meerdere respondenten zich zorgen over negatieve effecten op fauna en dieren en wordt de beperkte recyclebaarheid van windmolens genoemd. Enkele respondenten vinden windenergie niet duurzaam of te duur en wijzen op het feit dat wind geen constante bron is. Tot slot wordt er gesproken over algemene overlast en het gebrek aan ruimte en vinden sommigen het idee van windmolens “volslagen ridicuul”.
Windmolens - uw toelichting
Veel respondenten uiten zorgen over de impact van windmolens op de omgeving, zoals horizonvervuiling, geluidsoverlast en negatieve effecten op fauna. Ook wordt vaak genoemd dat windmolens alleen op geschikte locaties geplaatst zouden moeten worden, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen en niet in woonwijken.
Er is twijfel over het rendement van windmolens op land ten opzichte van windmolens op zee; sommigen vinden dat windenergie vooral op zee moet worden opgewekt vanwege het hogere rendement en minder overlast. De kosten en de noodzaak van blijvende subsidies worden als knelpunt gezien; men vraagt zich af of windmolens zonder subsidie rendabel zijn.
Sommige respondenten benadrukken het belang van windenergie als aanvulling op zonne-energie, vooral in perioden dat zonnepanelen minder opleveren. Er zijn suggesties voor alternatieve modellen, zoals kleinere of innovatieve windmolens (bijvoorbeeld helixvormig of op daken), en voor samenwerking met boeren.
Verder wordt genoemd dat windmolens ook ten goede moeten komen aan inwoners en niet alleen aan de glastuinbouw. Enkele respondenten pleiten voor een voorzichtige aanpak en eerst ervaring opdoen voordat grootschalige uitrol plaatsvindt.
Tot slot zijn er ook negatieve geluiden over het uiterlijk (“het ziet er niet uit”) en de kosten (“kost bakken met geld voor niks”).
Voorwaarden
Respondenten maken zich vooral zorgen over geluidsoverlast en slagschaduw van windmolens, en vinden dat hier goed rekening mee gehouden moet worden. Specifiek wordt genoemd dat windmolens geen laagfrequent geluid mogen produceren en dat een minimale afstand tot woningen (bijvoorbeeld 150 meter) noodzakelijk is, hoewel sommigen aangeven dat 150 meter mogelijk te weinig is.
Er wordt vaak genoemd dat alleen werklocaties zoals bedrijventerreinen of kassengebieden in aanmerking zouden moeten komen voor plaatsing van windmolens. Ook wordt compensatie voor natuurimpact als belangrijke voorwaarde gezien.
Verder wordt lokaal eigendom van windmolens gewaardeerd, zodat de winst terugvloeit naar de lokale gemeenschap en wordt voorgesteld om baten uit windenergie te gebruiken voor lokale projecten zoals sportclubs. Eén respondent vraagt aandacht voor buffercapaciteit in het energiesysteem.
Voorwaarden - uw toelichting
Respondenten benadrukken dat het belangrijk is dat bewoners en/of de gemeente meeprofiteren van energieprojecten, bijvoorbeeld door financiële voordelen of andere vormen van participatie. Dit idee komt regelmatig terug als voorwaarde voor draagvlak en succes van het omgevingsprogramma.
Buurtwindmolen
Gedrag aanpassen?
Veel respondenten geven aan hun energieverbruik al zoveel mogelijk te spreiden door elektrische apparaten zoals wasmachines, vaatwassers en drogers buiten de piekuren te gebruiken, vaak met behulp van timers of home automation. Ook wordt genoemd dat men apparaten gebruikt tijdens momenten van hoge zonne-opbrengst.
Het gebruik van dynamische energiecontracten en financiële prikkels wordt vaak genoemd als stimulans om het verbruik te spreiden. Sommige respondenten geven aan alleen hun gedrag aan te passen als er een financieel voordeel is.
Energieopslag (zoals thuisbatterijen) wordt regelmatig genoemd als oplossing om energieverbruik beter te spreiden en minder afhankelijk te zijn van piekmomenten. Wel wordt hierbij opgemerkt dat kosten en fysieke inpassing in woningen een rol spelen.
Enkele respondenten noemen het gebruik van elektrische auto’s als buffer (V2G) of het laden op gunstige momenten. Daarbij worden praktische bezwaren genoemd zoals het ontbreken van een oprit.
Er zijn ook respondenten die aangeven dat zij hun gedrag al hebben aangepast of dat verder aanpassen niet mogelijk of wenselijk is. Sommigen vinden gedragsverandering lastig of onmogelijk vanwege werk of dagelijkse routines.
Tot slot worden enkele alternatieve suggesties gedaan zoals minder apparaten bezitten [e6090399-4bf4-b32f-3dc044449f7e], bedrijven laten bufferen met batterijen en het slimmer maken van apparaten en batterijen.
Buurtgerichte oplossingen?
Respondenten noemen vaak buurtbatterijen als oplossing, bijvoorbeeld voor het lokaal opslaan van zonnestroom en het verkorten van de afstand tussen vraag en aanbod. Ook wordt genoemd dat buurtbatterijen gekoppeld kunnen worden aan elektrische auto’s, zodat deze stroom kunnen afnemen en terugleveren.
Slim laden en het sturen van verbruik, bijvoorbeeld door prijsprikkels of technische maatregelen, worden regelmatig genoemd als manieren om piekbelasting te verminderen. Het uitzetten of sturen van laadpalen tijdens piekmomenten komt ook terug.
Er is aandacht voor het delen van zonnestroom met buren en gezamenlijke warmteopslag op buurtniveau. Sommige respondenten wijzen op de rol van energiemaatschappijen/netbeheerders bij grootschalige batterijsystemen.
Er zijn ook kritische geluiden: thuisbatterijen worden als te duur gezien en er zijn vragen over financiering en verrekening van kosten/opbrengsten bij collectieve oplossingen. Daarnaast wordt gesuggereerd dat burgers kritisch moeten blijven nadenken over deze oplossingen.
Enkele respondenten geven aan zich niet verdiept te hebben in het onderwerp of geen specifieke ideeën te hebben.
Zou u betrokken willen worden bij ideeën van uw buurtgenoten om samen te werken aan een oplossing?
Samenwerking
Respondenten benadrukken vooral het belang van goede informatievoorziening, met name over kosten, technische mogelijkheden en ondersteuning. Ook wordt het contact en de ondersteuning vanuit de gemeente vaak genoemd als essentieel. Daarnaast vinden sommigen het belangrijk dat er voorbeelden en ervaringen uit andere gemeenten gedeeld worden, inclusief kosten/baten analyses.
Er is behoefte aan sociale cohesie en betrokkenheid van buurtgenoten voordat technische oplossingen geïmplementeerd kunnen worden. Ook wordt genoemd dat iemand het initiatief moet nemen om samenwerking te stimuleren.
Enkele respondenten geven aan dat uitbreiding van de netcapaciteit noodzakelijk is en dat dit structureel aangepakt moet worden. Verder wordt aangegeven dat zachte maatregelen niet voldoende zijn en dat een duidelijke aanpak nodig is.
Tot slot zijn er ook kritische geluiden over de vragenlijst zelf maar dit is een uitzondering.
Suggesties, zorgen, vragen
Respondenten noemen vaak het belang van thuisbatterijen en buurtbatterijen als oplossing voor netcongestie en het delen van energie. Er wordt gepleit voor subsidies op batterijen en financiële stimulansen in het algemeen. Ook zijn er zorgen over de hoge kosten van de energietransitie voor bewoners en het feit dat deze kosten vooral bij consumenten terechtkomen.
Enkele respondenten vragen om meer en betere voorlichting, bijvoorbeeld over het verplaatsen van stroomgebruik naar offpeakuren en over de mogelijkheden en belemmeringen bij collectieve verduurzaming van appartementen. Er is ook behoefte aan ervaring met buurtprojecten rondom batterijen, en aan een verdeelmechanisme voor buurtbatterijen.
Sommigen uiten zorgen over het tempo van de energietransitie en het gevoel dat maatregelen worden opgedrongen. Problemen met aansluiting op nutsvoorzieningen leiden tot vertragingen bij nieuwbouw en verduurzaming; hier wordt compensatie vanuit de overheid voorgesteld.
Verder worden kernenergie en herintroductie van gas als alternatieven genoemd. Lokaal efficiënt energiebeheer wordt gezien als kostenbesparend ten opzichte van zware regionale netwerken. Tot slot wordt het benutten van kennis en betrokkenheid van jongeren als kans gezien.
Ontzorgen of initiatief?
De meeste respondenten geven aan dat de gemeente meer ruimte moet geven aan lokaal initiatief. Zij vinden dat gezamenlijke initiatieven een grotere impact kunnen hebben en dat bewoners zo hun eigen belangen en inbreng beter kunnen laten meewegen. Er wordt kritiek geuit op het gebrek aan transparantie en onderbouwing bij gemeentelijke keuzes, zoals bij het Klapwijk project, waarbij het gevoel ontstond dat de gemeente al had besloten zonder voldoende uitleg aan bewoners. Eén respondent merkt op dat de vraagstelling niet klopt, omdat de laagste kosten voor de samenleving niet automatisch de laagste kosten voor individuele burgers betekenen.
Zou u zelf interesse hebben in een lokale warmtegemeenschap, waarin u zeggenschap heeft?
Meerdere respondenten geven aan interesse te hebben in deelname aan een lokale warmtegemeenschap waarin zij zeggenschap hebben. Zij zijn bereid benaderd te worden en laten hun e-mailadres achter voor verdere communicatie. Verdere toelichting of opmerkingen zijn niet gegeven. De belangrijkste trend is dus een positieve houding ten opzichte van lokale warmtegemeenschappen met inspraakmogelijkheden.
Wat zouden voor u redenen zijn om wel mee te doen met een warmtenet?
De meest genoemde redenen om mee te doen met een warmtenet zijn duurzaamheid (vermindering van uitstoot broeikasgassen, bijdragen aan het milieu) en kosten (lagere of vergelijkbare maandelijkse lasten, acceptabele aansluitkosten, gunstige kosten op jaarbasis). Veel respondenten geven aan alleen interesse te hebben als de kosten niet hoger zijn dan de huidige situatie of als het financieel aantrekkelijk is. Ook wordt genoemd dat de winst bij voorkeur terugvloeit naar bewoners in plaats van bedrijven.
Een andere veelgenoemde voorwaarde is flexibiliteit en keuzevrijheid: men wil graag zelf kunnen kiezen voor een leverancier, of dat deelname optioneel is. Ook betrouwbaarheid van de installatie en transparantie over tarieven en uitvoering worden belangrijk gevonden.
Sommige respondenten noemen praktische voordelen zoals geen aparte warmtepomp nodig hebben ontzorging en veiligheid/van het gas af kunnen.
Er is ook een aanzienlijke groep die aangeeft geen enkele reden te zien om mee te doen met een warmtenet, vaak vanwege hoge vaste kosten of principiële bezwaren tegen het systeem.
Samenvattend: kosten en duurzaamheid zijn de belangrijkste overwegingen voor deelname. Keuzevrijheid, transparantie en betrouwbaarheid worden daarnaast veel genoemd. Een aanzienlijk deel van de respondenten ziet echter geen voordelen in een warmtenet.
Wat zouden voor u redenen zijn om niet mee te doen met een warmtenet?
De meest genoemde reden om niet mee te doen met een warmtenet is de (te) hoge kosten, zowel qua aansluiting als vaste lasten. Veel respondenten geven aan dat de kosten niet realistisch of beheersbaar zijn, of dat deze hoger zijn dan alternatieven zoals een warmtepomp of zelfvoorziening.
Een andere veelgenoemde zorg is het gebrek aan keuzevrijheid en het monopolie van één leverancier, waardoor men niet kan overstappen of invloed heeft op de prijs. Ook wordt genoemd dat warmtebedrijven te veel winst maken en te strenge voorwaarden stellen.
Daarnaast zijn er zorgen over de duurzaamheid van het warmtenet (bijvoorbeeld als het restwarmte betreft) en over de mate van overlast en bouwkundige ingrepen die nodig zijn voor aansluiting.
Sommige respondenten geven aan al zelf voor verduurzaming te zorgen via isolatie of een warmtepomp en zien daarom geen meerwaarde in een warmtenet.
Verder worden genoemd: te weinig participatie in de buurt onduidelijkheid en rompslomp lock-in situaties waarbij je niet makkelijk van het warmtenet afkomt en principiële bezwaren tegen overheidsbemoeienis.
Samenvattend: hoge kosten en gebrek aan keuzevrijheid zijn veruit de belangrijkste redenen om niet deel te nemen aan een warmtenet. Ook duurzaamheid, overlast, en eigen initiatieven voor verduurzaming spelen een rol.
Wat wilt u de gemeente nog meegeven?
Respondenten benadrukken vooral het belang van goede, duidelijke en tijdige informatievoorziening richting inwoners over energieprojecten. Ze vinden dat de gemeente meer moet doen dan alleen enquêtes afnemen; actieve communicatie, luisteren naar inwoners en bedrijven, en het organiseren van kijkdagen of bijeenkomsten worden genoemd. Ook wordt gevraagd om wijkgerichte participatie en het voorkomen van het opleggen van keuzes zonder draagvlak.
Betaalbaarheid is een terugkerend thema: projecten moeten betaalbaar blijven voor bewoners, met name in vergelijking met eerdere projecten zoals in Klapwijk die als te duur werden ervaren. Er is behoefte aan transparantie over kosten en opties per wijk, zodat mensen niet onnodig wachten met eigen investeringen. Specifiek voor appartementen wordt gewezen op de ongunstige verhouding tussen vastrecht en verbruik bij stadsverwarming en voor VVE’s op de sociale en technische complexiteit van collectieve verduurzaming.
Sommige respondenten uiten scepsis over de gekozen richting (bijvoorbeeld het afstappen van aardgas) en vragen om heroverweging of betere onderbouwing van beleid. Er zijn ook zorgen over het doorschuiven van kosten naar bewoners en het ontbreken van alternatieven zoals isolatie of zonnepanelen in plaats van warmtenetten.
Verder wordt gevraagd om meer snelladers voor elektrische auto’s betere respons op aanvragen en vragen van burgers en het hanteren van werkelijke energieverbruiksdata in plaats van alleen energielabels bij beleid. Een enkeling pleit juist voor iets meer dwingend beleid omdat anders weinig verandert.
Tot slot zijn er opmerkingen over de kwaliteit van de enquête zelf, die als onduidelijk of niet relevant wordt ervaren.
Aankomende en gestarte activiteiten
Afgelopen activiteiten

Datum activiteit: november 4de, 2025 van 19:00 tot 21:00.
Prins Hendrikstraat 28
38 geregistreerden

Datum activiteit: oktober 28ste, 2025 van 19:00 tot 20:30.
Florijnstraat 1
22 geregistreerden
